» Home
Wadlopen 2003 Cross Globe Reisverhalen / Travel stories
1 - 2 - 3   next

EEN WOORDJE VOORAF


Dit "reisverslag" is geschreven in de nacht die volgde op het gebeuren en onder zware emotionele stress zoals je wel zal begrijpen wanneer je verder leest. Ik zeg dit maar even omdat de tekst die volgt volstaat met de meest vreselijke spelfouten, maar ik heb hem intact gelaten, precies zoals ik hem destijds heb geschreven om te posten op een forum, recht uit het hart. Zelf durf ik deze tekst niet meer te lezen, omdat ik weet dat hij we meer zal terugvoeren naar die verschrikkelijke dag...

ONZE 1STE HUWELIJKSVERJAARDAG


Wadlopen: opstaan, een gat in de nacht, nauwelijks geslapen. Naar het verre noorden van Nederland, wachten op de winderige dijk om 5 uur 's morgens tot de gidsen komen, aan een strak tempo langs de dijk naar het punt waar we het wad in gaan.

Baggeren door de slip en door de modder. Natte voeten, koud, denken, tjonge moet ik dit 14 km volhouden? Maar het eerste stukje is een test. Een natuurlijke selectie om de volhouders van de opgevers te onderscheiden. Zij waarvan men denkt dat ze de groep ophouden worden teruggestuurd. De groep mag niet worden opgehouden. Het is heel belangrijk dat we op tijd weer van het wad af zijn.

Mooi, prachtig, subliem. Baggerend door water en modder, zei het niet meer zo erg als in het begin. De uitzichten, de vogels, de mosselbanken. Zien hoe de eilandjes naderen, hoe de kustlijn zich verwijdert. Babbelen met de gidsen, lachen met elkaar als je weer eens tot aan je edele delen en verder in het water verdwijnt. Lachen met de mensen die steeds maar moeten piesen van al dat koude water.

Vermoeiend, zwaar, afzien maar God, het is het waart. Nog een laatste pauze, nog even stilstaan bij een geul die begint vol te lopen, nog wat uitleg van de gids.

De boot, daar is de boot! Eindelijk! 14km doorheen modder en water, 3, 4.5 uur? Geen flauw idee, totaal alle besef van tijd kwijt. Maar fysiek leeg, mentaal ook door te weinig slaap. Plezierig maar genoeg. Daar is de boot, nog een klein stukje over een zandplaat, nog een klein stukje waden, en we kunnen aan boord.

Groep 1 waadt al door het water naar de boot en beklimt de trappen. Wij nemen nog snel een laatste foto. De eerste helft van de 2de groep nadert de boot ook al. Maar wat niemand ziet, achter ons, tussen Rotumeroog en de Duitse kust wordt de perfecte weersvoorspelling teniet gedaan door een plotse depressie. De lucht wordt donker, heel donker.

Niemand ziet het, nee, daar is de boot, iedereen is moe, iedereen wil naar de boot. Wij zijn de laatste, de 2de helft van de 2de groep. Maar die depressie heeft een verassing voor ons in petto. Die depressie heeft namelijk invloed op het water. Het waterpijl stijgt een paar centimeter, de vloed komt te snel opzetten, sneller dan verwacht, sneller dan op de planning stond. Ondertussen is iedereen reeds de branding in gelopen.

Nog snel een foto van mij in de branding, nog snel een foto van mijn vrouw in de branding en hop, naar die boot! Helaas, de zee beslist anders, De stroming wordt sterker, de Noordzee laat haar krachten los, de waddenzee loopt vol, de mensen die bijna bij de boot zijn staan al tot hun borst in het water, wij waden voort, maar tjonge, wat is die stroming sterk.

De tas boven mijn hoofd, mij verzettend tegen de gevolgen. Mompelend, ik kan niet meer, ik kan niet meer. Mijn vrouw achter mij, moe, op, kleiner dan mij, meer last van de golven. Ook zij kan niet meer. Wij kunnen niet meer. De vrolijke daguitstap wordt een hel.

De wanhopige stem van mijn vrouw achter mij, ze kan niet meer, ze kan niet meer, paniek slaat toe. Maar ik ben zo uitgeput, zo moe, en ik zit met die klote tas en die stroming is zo verdomde sterk. Ze begint van me weg te drijven, o God ze houdt het niet meer en begint van me weg te drijven. Een hand wordt uitgestoken. Een sterke sportieve kerel grijpt haar vast en probeert haar naar de boot te sleuren. Ik vecht, ik ga er achter aan, mij aan zijn schouders vasthoudend om vol te kunnen houden maar het GAAT NIET MEER.


1 - 2 - 3   next